· Klaas Zondervan · Column in De Notarisklerk
DNA-genealogie (ook wel genetische of forensische genealogie geheten) is een revolutionaire techniek die de wereld van misdaadonderzoek heeft getransformeerd. Er wordt hierbij gebruikgemaakt van genetische informatie om familiale relaties tussen individuen vast te stellen, zélfs wanneer directe DNA-matches ontbreken. Deze aanpak heeft zich in een razend tempo ontwikkeld tot een krachtig instrument bij de oplossing van misdrijven waarbij traditionele forensische methoden tekortschieten.
Bij DNA-genealogie wordt het genetische materiaal dat is aangetroffen op de plaats delict vergeleken met genetische informatie opgeslagen in grote databanken. Deze databanken, zoals AncestryDNA, MyHeritage en 23andMe, bevatten miljoenen genetische profielen van mensen die hun DNA hebben laten testen om hun afkomst te achterhalen of hun stamboom te onderzoeken. Door vergelijking van het aangetroffen DNA met deze databanken kunnen onderzoekers potentiële familiebanden identificeren en zo de kring van verdachten aanzienlijk verkleinen.
Golden State Killer
Forensische genealogie speelt met name een grote rol bij het oplossen van misdrijven waarbij traditionele forensische methoden geen directe matches opleveren. Bijvoorbeeld in zaken waarin het bewijsmateriaal onbruikbaar is (geworden) of waarin er geen bekende verdachten zijn. Dit was bijvoorbeeld het geval bij de Golden State Killer-zaak in de Verenigde Staten, waarin een reeks onopgeloste moorden en verkrachtingen werden toegeschreven aan een en dezelfde dader. Door gebruik te maken van genetische genealogie konden onderzoekers uiteindelijk de vermoedelijke dader identificeren, meer dan 40 jaar na de eerste misdaden(!).
Cruciale rol
Gezien de cruciale rol bij het oplossen van zogenoemde ‘cold cases’, is het niet verwonderlijk dat de onderzoeksresultaten ook implicaties kunnen hebben voor nalatenschappen; zelfs als ze jaren geleden al zijn afgewikkeld. Het is immers geen fictie dat een erfgenaam betrokken kan zijn bij misdrijven jegens de erflater. In sommige rechtsstelsels – zoals in Nederland het geval is – kan een persoon die zich schuldig heeft gemaakt aan een misdrijf tegen de erflater worden beschouwd als onwaardig om te erven.
Dit principe van onwaardigheid bij nalatenschappen komt voort uit de idee dat het maatschappelijk onwenselijk is dat iemand die de erflater heeft aangerand, financieel (of welk ander wat mij betreft) voordeel behaalt uit diens overlijden. Misdrijven zoals moord, doodslag of zelfs zware mishandeling van de erflater kunnen leiden tot het verlies van het recht zich erfgenaam te mogen noemen.
In dergelijke gevallen kan DNA-genealogie een rol spelen bij het vaststellen van de relatie tussen de verdachte en het op de plaats delict aantroffen genetisch materiaal. De ‘man-in-the-middle’ die zijn afkomst heeft willen onderzoeken door DNA-materiaal te uploaden, vormt hierbij de missing link en dus de basis voor het vaststellen van de onwaardigheid van de verdachte om te erven.
Het proces van het vaststellen van onwaardigheid bij nalatenschappen vereist vanzelfsprekend grote zorgvuldigheid. Het is essentieel dat er een grondig onderzoek plaatsvindt naar de feiten en omstandigheden van het misdrijf en dat betrokkenen in de gelegenheid worden gesteld om een standpunt te formuleren en zich van juridische bijstand te dienen. Al is het alleen maar om vormfouten te voorkomen (in welk geval er sprake is van een soort ‘Dutch treat’: men betaalt zelf de prijs van de zorgvuldigheid).
Waardeloos
In Nederland is het principe van onwaardigheid binnen het erfrecht verankerd in artikel 4:3 van het Burgerlijk Wetboek. Dit artikel stelt onder meer dat een ‘would be’-erfgenaam die de erflater om het leven heeft gebracht of een poging daartoe heeft gedaan, wordt geacht onwaardig te zijn om uit de nalatenschap voordeel te verkrijgen. Een vereiste is dan wel (in de situatie van sub a) dat deze persoon voor dat feit onherroepelijk is veroordeeld. Interessant gegeven is overigens dat de onwaardigheid kan worden opgeheven bij ondubbelzinnige vergeving, zoals bepaald in lid 3 van voormeld artikel. Hoe zou een vermoorde erflater dat tot stand brengen?
Er bestaat diverse zeer interessante jurisprudentie over het principe van onwaardigheid. Zo oordeelde het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de dato 30 mei 2023 (ECLI:NL:GHARL:2023:4522) dat niet slechts onherroepelijke veroordeling kan leiden tot onwaardigheid als bedoeld in sub a van het bovengenoemde artikel. In deze casus was doodslag door de echtgenoot weliswaar bewezen, maar niet toerekenbaar; voor de rechtbank Gelderland aanleiding om te oordelen dat er geen sprake was van onherroepelijke veroordeling en mitsdien evenmin van onwaardigheid. In het arrest zag het hof aanleiding om deze uitspraak te vernietigen, waarbij het zich onder meer baseerde op artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
Ik hoor u wel, maar acht u niet
Naast kwesties van onwaardigheid zoals binnen het erfrecht gestipuleerd, kan forensische genealogie een rol spelen binnen het familierecht, nauw verbonden met het erfrecht. Om volgens het versterferfrecht (te onderscheiden van het testamentair erfrecht) te kunnen erven moet er sprake zijn van bloedverwantschap, althans van een familierechtelijke betrekking tussen de erflater en ‘verwachters’.
Maar wanneer is er sprake van een familierechtelijke betrekking?
Het kind wel gehoord, maar niet geacht; wel gezien maar niet erkend.
Kinderen die ‘staande huwelijk’ (of ‘tijdens de rit’) worden geboren, worden automatisch familierechtelijk erkend als kinderen van die ouders. Voor andere kinderen is erkenning nodig. In dit opzicht zijn DNA-resultaten geen unicum en vormen ze regelmatig de basis voor erfrechtelijke aanspraken. Uiteraard kunnen ook adoptieve kinderen erfrechtelijke aanspraken doen gelden.
U ziet, Erfgenamenonderzoek(.nl) (genealogisch onderzoek) vormt de kern van iedere zaak.