· Klaas Zondervan · Column in De Notarisklerk
Wanneer wij een zaak ontvangen van een advocaat of notaris gaat het negen van de tien keer om onderzoek in het buitenland. Zaken die wij ontvangen die tóch op Nederland betrekking hebben, gaan vaak dermate ver terug de tijd in, dat onderzoek door de opdrachtgever te tijdrovend en kosteninefficiënt zou zijn.
Waar in Nederland een keurige – weliswaar niet onfeilbare – bevolkingsadministratie wordt bijgehouden, moet men het in sommige landen doen met enkel de Burgerlijke Stand. Dit werpt problemen op.
Twee kinderen kunnen zich legitimeren aan de hand van hun geboorteakte, maar hoeveel kinderen kreeg het echtpaar in totaal? Het is een veel voorkomend vraagstuk, ons vaak voorgelegd vanuit het notariaat en de (erfrecht)advocatuur. Wij trachten deze vraag te beantwoorden door het raadplegen van differentiële archieven waaruit kan blijken hoeveel kinderen er zijn, zoals fiscale archieven of administraties met betrekking tot genoten pensioen. Ook rechtbankarchieven kunnen uitkomst bieden.
Dan verklaar ik u nu….
Daarnaast kan een verklaring onzerzijds het verschil maken. Immers, indien wij als erfrechtelijk-genealogisch expert alle mogelijke bronnen hebben geraadpleegd, kan de notaris zich baseren op onze conclusie dat het onderzoek niet heeft geleid tot identificatie van erfgenamen anders dan degenen die de notaris reeds bekend waren. Of juist wel natuurlijk, dat komt ook voor. Soms zijn kinderen van de erflater ook de familie niet bekend.
Indien alle onderzoeksmogelijkheden zijn uitgeput, kan men redelijkerwijs toch niet meer van de notaris verwachten. Die heeft zijn due diligence gedaan. Bovendien worden erfgenamen in het buitenland vaak op vergelijkbare wijze vastgesteld. En dan speelt ook nog een rol of in het betreffende buitenland een onderhands testament kan worden opgemaakt…
Waar de schoen wringt
Eveneens complex kan het zijn wanneer er een erfgenaam is die later is overleden dan erflater. Dan moet naar buitenlands recht worden vastgesteld wie zijn of haar erfgenamen zijn. Had erflater geen testament en is de erfgenaam niet onder huwelijksvoorwaarden getrouwd, dan is er in principe geen sprake van onder uitsluiting verkregen vermogen, waardoor ook het huwelijksgoederenrecht een rol van betekenis gaat spelen. Bestaat er een (beperkte) gemeenschap van goederen in het land van bestemming? In sommige landen wordt een gemeenschap van goederen door de wet uitgesloten.
Casuïstiek
Zo ontvingen wij onlangs een zaak waarin erflater driemaal gehuwd is geweest. Tot de eerste gemeenschap behoorde een woonhuis. Het eerste huwelijk werd door echtscheiding ontbonden, maar men is nimmer tot boedelscheiding gekomen. Echtgenote 1 is om die reden nog steeds voor 50% eigenaar van de woning.
De twee daaropvolgende huwelijken – het eerste ontbonden door echtscheiding en het tweede door overlijden – ging erflater eveneens aan zonder huwelijksvoorwaarden te maken. We hebben het over huwelijken van vóór 1 januari 2018, zodat we spreken over de algehele gemeenschap van goederen: alle goederen van de echtelieden worden ten huwelijk aangebracht. Erflaters 50% van het woonhuis gaat door zijn duurzame amoureuze verbintenissen materieel gezien nog tweemaal door de helft. Echtgenote 2 is nu voor 25% materieel eigenaar van de woning geworden en echtgenote 3 voor 12,5%. Zijn erfgenamen hebben nu nog recht op 12,5% van de waarde van de woning. De enige plus in deze casus is dat het huis sinds de eerste scheiding vermoedelijk aanzienlijk in waarde zal zijn gestegen.
Verhuisd vermogen
Kwalificeert deze erflater als een later overleden erfgenaam in een andere nalatenschap, dan verhuist het alsdan uit die nalatenschap verkregen vermogen (zonder uitsluiting en afhankelijk van de overlijdensdatum) voor 50%, 25% en vervolgens 12,5% mee met de echtgenotes van erflater. Zijn één of twee van deze echtgenotes teruggegaan of vertrokken naar een buitenland en daar hertrouwd, dan is het zeer wel denkbaar dat het betreffende gedeelte van de woning opnieuw in een gemeenschap is ingebracht.
Dan rijst ook de vraag wie er bevoegd is tot bezwaren of vervreemden. Ligt de bestuursbevoegdheid voor het betreffende gedeelte van de woning alleen bij de echtgenote of ook bij de nieuwe partner? Is er soms toestemming nodig van de echtgenoot naar analogie van ons artikel 1:88 van het Burgerlijk Wetboek?
Echtgenote 3 is door het overlijden van erflater ook nog deelgenoot in de onverdeeldheid die ‘nalatenschap’ heet. Aangezien erflater in zijn testament zijn echtgenote en zijn verloren zoon die ooit naar Colombia is vertrokken tot zijn enige erfgenamen heeft benoemd en voor gelijke delen, plaatsvervulling vóór aanwas, zonder uitsluitingsclausule, zit een verdeling van deze gemeenschap er op korte termijn niet in. Leeft de zoon nog? Is hij eerder overleden (plaatsvervulling) of later overleden? Was hij getrouwd op het moment van overlijden van erflater?
Idem problematiek…
Kortom, hoog tijd om eens een telefoontje te plegen naar Erfgenamenonderzoek.nl op 085-0604243! Overigens sinds kort ook uw eerste aanspreekpunt voor het afwikkelen van nalatenschappen als boedelgevolmachtigde, vereffenaar of executeur… neemt u eens een kijkje op Executeur.nl.
W.g.
Klaas Zondervan