Naar de inhoud
Helderverlicht.nl

← Blog

Het getal zeven

· Klaas Zondervan · Column in De Notarisklerk

Zeven is het getal dat volgt op zes en voorafgaat aan acht, maar daar houdt het niet op. Het is een heilig getal, een getal dat staat voor compleetheid.

Iedere week heeft zeven dagen.
Een regenboog heeft zeven kleuren.
De schepping vond plaats in zeven dagen. In het Hebreeuws heeft alleen de zevende dag een naam gekregen: Sjabbat (שַׁבָּת); de andere zes worden slechts geteld.

De stad Rome werd gebouwd op zeven heuvels en telde zeven koningen. In Vergilius' Aeneis zwerft Aeneas zeven jaar rond, van Troje tot Italië. Er zijn zeven zeeën en zeven werelddelen. Er zijn zeven schoonheden. Vrijmetselaren borrelen na in de 7e graad. Als je verliefd bent, bevind je je in de zevende hemel.

Zeven blijft niet kleven

Het gaat eigenlijk pas mis in het erfrecht… degenen die de erflater verder dan de zesde graad bestaan, erven immers niet. Zeven blijft dus niet erfrechtelijk kleven; een zevendegraads saisine is er niet. Althans, niet bij plaatsvervulling. Zevendegraads erfgenamen uit eigen hoofde zijn echter niet goed denkbaar. Opgaand beperkt het zich tot de vierde parentele (de 3e graad van bloedverwantschap); nederdalend is biologisch onwaarschijnlijk.

Welk een erfrechtelijk onheil brengt het zevende cijfer met zich mee, als men ervan uitgaat dat eigendom geen diefstal is, zoals a contrario geopperd door Pierre-Joseph Proudhon (1809-1865).

De casus

Ontvangen wij een casus van een tevreden notaris. Er moeten erfgenamen worden gezocht in Duitsland. Het gaat om broers en zussen van de overledene; partner en kinderen had hij nimmer, de ouders zijn reeds overleden en de term testament had niet de revue gepasseerd.

Niet één van de aangetroffen broers en zussen is echter bereid de nalatenschap te aanvaarden. Tot zover deze bloedverwanten van de tweede graad.
Bij verwerping vindt plaatsvervulling plaats, maar kinderen zijn er niet, zodat het goed tegen de stroom in klimt en plaats moet worden gemaakt voor de ridders van de derde parentele: de grootouders en hun afstammelingen.

Wie (ver)werpt de eerste steen?

U kunt zich voorstellen dat de kosten van het erfgenamenonderzoek inmiddels aardig oplopen. Zeker als blijkt dat de volgende geroepenen zich ook in andere landen bevinden en ook déze erfgenamen verwerpen. Hun kinderen verwerpen ook, zodat de vierde parentele zich aandient: de overgrootouders en hun afstammelingen. Hemelsbreed zitten we nu aan drie graden van verwantschap (vader-grootouder-overgrootouder), maar het aantreffen van levende overgrootouders is uitgesloten, zodat minimaal op vierdegraads verwanten moet worden gerekend. Grootooms en groottantes behoren tot die categorie.

Kozijnen

Door tweemaal plaatsvervulling komen we in de vierde parentele uit bij de kozijnen eenmaal verwijderd. We hebben het hier over vijfdegraads bloedverwanten van erflater. Het zoeken naar deze bloedverwanten blijkt geen sinecure; we komen uit in onder meer Frankrijk en Zwitserland. Niet uitgesloten is dat een der erfgenamen later is overleden, waardoor onderzoek naar buitenlands recht nodig zal zijn.

Het is de prijs van het niet doen opmaken van een testament, ofschoon het natuurlijk merkwaardig is dat ieder familielid de nalatenschap verwerpt, terwijl geen sprake is van een negatieve nalatenschap. Indien zich een probleem van de 7e graad aandient, zal de nalatenschap in de consignatiekas moeten worden afgestort.
De casus is ook niet bruikbaar voor het televisie programma ‘De Erfgenaam’, hoewel het verhaal van de recidiverende verwerping an sich een interessant gegeven is.

Batige overwegingen

Recent vernam ik van een collega dat vooraleer een nalatenschap kan worden afgestort in de consignatiekas hemel en aarde moet worden bewogen. Dat is merkwaardig, want het bewegen van hemel en aarde – in de vorm van extremistich erfgenamenonderzoek – kan de nalatenschap danig eroderen. Merkwaardig genoeg zou dit pleiten voor een onbaatzuchtige overheid.

Dat rijmt echter niet met het ogenschijnlijke ontmoedigingsbeleid dat wordt gevoerd als het gaat om de uitbetaling van geldbedragen. Eenmaal gestort houdt tegenwoordig in dat de kans op uitbetaling vrijwel tot het nulpunt is gereduceerd. Probeert u zich maar eens te herkennen in de nalatenschap van iemand wiens naam u niet bekend voorkomt. In de meeste gevallen staan in het register van consignatiekas geen namen van erfgenamen genoemd.

Na storting begint het stervensproces van 20 jaar. Aangezien er in de consignatiekas geen bedragen meer worden vermeld, doch slechts of de waarde hoger of lager ligt dan 200 euro, zijn onafhankelijke onderzoekers zoals ondergetekende minder, zo niet geheel niet geïnteresseerd in het oppakken van zo een zaak.

Hoeder van het volk

Het vrijgeven van informatie omtrent de waarde van de nalatenschap zou zich onevenredig verhouden tot de privacywetgeving die de AVG met zich meebrengt. Huh? Dat geldt ook voor vrijgave van de persoonsgegevens van de overledene. De AVG geldt weliswaar niet voor overleden personen, maar verstrekking van diens persoonsgegevens zou wel kunnen leiden naar levende mensen die wel onder de bescherming van de AVG vallen, zo luidt het overheidsstandpunt.

Is dat nu niet precies de bedoeling? Dat levende mensen op de hoogte geraken van een zakcentje? Het metaal waarmee in het eigen belang wordt gebogen lijdt aan metaalmoeheid. Breken is onvermijdelijk.